Stijn Thomas

“Een ingreep moet vandaag kloppen, zonder morgen vast te leggen”

Veel architecten willen creëren, hun stempel drukken, iets achterlaten. Stijn Thomas begint liever met luisteren naar wat er al is: oude muren, verborgen plafonds, sporen van vorige levens. “Als erfgoedarchitect ben je maar één schakeltje in een veel groter geheel. Je probeert de essentie van een plek te begrijpen en de geschiedenis een toekomst te geven. Het verleden is niet af. En jij mag er een hoofdstuk aan toevoegen.”

Stijn Thomas 014 Stijn Thomas 014

Meeschrijven aan geschiedenis
Sommige gebouwen veranderen voorgoed je blik. Voor Stijn Thomas was Castello di Rivoli bij Turijn zo’n plek. Als architectuurstudent zag hij hoe architect Andrea Bruno eigentijdse ingrepen toevoegde zonder het bestaande te overschreeuwen. “Het nieuwe wiste het oude niet uit, maar maakte het opnieuw leesbaar.”

Sindsdien bleef één idee hangen: erfgoed vraagt niet om terug te keren, maar om verder te bouwen.  “Als ontwerper schrijf je je in een geschiedenis die lang voor jou begonnen is en na jou verdergaat. Binnen honderd jaar kijkt misschien opnieuw een architect naar hetzelfde gebouw, vanuit een andere tijdsgeest en met andere ogen. Zo blijft een gebouw leven.”

Stijn Thomas 016
Stijn Thomas 009

Kijken voor je tekent
Dat besef vraagt om bescheidenheid. Niet meteen tekenen, maar eerst kijken. Luisteren. Meten. Onderzoeken. Pas wanneer duidelijk is wat er staat en wat de essentie van een plek is, komt de vraag wat die plek vandaag nodig heeft. Nieuwe functies, brandveiligheid, toegankelijkheid, budgetten: alles schuift mee aan tafel.

Voor Thomas zijn zulke randvoorwaarden geen hinderpaal. “Creativiteit toont zich net in de beperking. Hoe meer historische, technische, financiële of juridische randvoorwaarden, hoe interessanter de zoektocht.”  Erfgoedarchitectuur wordt zo een oefening in afwegen: wat moet blijven, wat kan veranderen, en hoe voeg je iets toe zonder het bestaande weg te drukken?

Onvoltooid verleden
Soms betekent ontwerpen ook bewust iets niét oplossen. Niet elke imperfectie hoeft weggewerkt, niet elke tussenfase gladgestreken.  “Gebouwen zijn door de eeuwen heen aangepast, uitgebreid en anders gebruikt. Waarom zouden we daar dan één moment uitkiezen en dat voor altijd bevriezen?”, stelt Thomas.  “Een ingreep moet vandaag kloppen, zonder morgen vast te leggen. Soms druk je gewoon even op de pauzeknop. En het onvolmaakte mag daarbij zichtbaar blijven. Net die sporen vertellen dat een plek geleefd heeft.” 

De architect uit beeld
Als mensen een historische plek weer vanzelfsprekend gebruiken en beleven, dan is een project voor hem geslaagd. “Voor mij is het mooiste wanneer de architect zelf uit beeld verdwijnt. Wanneer mensen binnenkomen en denken: natuurlijk werkt het zo. En niemand zich nog afvraagt wie dat bedacht heeft. Dan klopt het.” 

Korte bio

STUDIES

  • 1999-2004: master in de architectuur, UHasselt

  • 2004-2006: master in de monumenten- en landschapszorg, UAntwerpen

  • 2009-2010: inleiding tot de industriële archeologie, Vlaamse Vereniging voor Industriële Architectuur

WERKERVARING

  • 2004-2006: stagiair, Team Herman van Meer Architecten
  • 2007-2010: projectarchitect, Team Herman van Meer Architecten
  • 2011-2025: vennoot-zaakvoerder, TeamvanMeer – Architecten en Co
  • 2025- heden: zaakvoerder, THOMAS X VAN MEER

10 vragen voor Rolf

Na de middelbare school ging ik architectuur studeren, omdat…

“ik meer wou doen dan kennis opnemen en reproduceren. Ik wou ook creëren. Na het vierde middelbaar ruilde ik het ASO al  in voor de kunstschool. Grafische vormgeving, reclame, productontwikkeling: aanvankelijk boeide me alles. Een inspirerende docent trok me uiteindelijk richting architectuur. Vooral die combinatie van creativiteit en techniek intrigeerde: iets bedenken én het ook echt maken.” 

Wat studeren in Diepenbeek zo bijzonder maakte, was…

“de warme campus in het groen, die bijna een kleine gemeenschap op zich was. Maar ook de opleiding zelf: met niet alleen aandacht voor ontwerpen, maar ook voor techniek. Architectuur is zoveel meer dan tekenen en maquettes maken.”

Mijn favoriete plekje op de campus, was …

“de ontwerpateliers, waar iedereen spontaan bij elkaar langsliep om elkaars werk te bewonderen. Je maakte een praatje, keek mee en leerde voortdurend van elkaar.”

De docent die mij het meest inspireerde, was ….

“eigenlijk waren het er twee. Guy Cleuren liet me groeien in de praktijkvakken. Joris Capenberghs opende mijn blik op erfgoed. Hij leerde me gebouwen niet alleen architecturaal, maar ook antropologisch te bekijken: welke betekenis dragen ze? Hoe verandert die door de tijd? En wat doen wij daar vandaag mee? Die blik neem ik vandaag nog steeds mee in mijn werk.” 

Als student was ik…

“gedreven, nieuwsgierig en gepassioneerd. Ik wilde de wereld van architectuur begrijpen, er mijn weg in zoeken en vooral: steeds beter worden in wat ik graag deed.”

Als er één ding is dat ik aan UHasselt geleerd heb, is het…

“kritisch leren kijken en denken. In een ontwerpopleiding leer je voortdurend vragen te stellen bij wat je maakt: En je leert ook om te gaan met kritiek, zelfs wanneer je zelf overtuigd bent van je idee. Dat schuurt soms, maar in dit vak moet je jezelf in vraag durven stellen om vooruit te komen.”

Hoe zou jij jouw job omschrijven in max. 5 zinnen?

“Erfgoedarchitectuur is ongelooflijk boeiend en dankbaar. Je probeert met de gebouwde omgeving iets te betekenen voor anderen. Het is een creatief beroep, maar tegelijkertijd ook veel breder: techniek, budgetten, regelgeving en administratie horen er allemaal bij. En het is verrassend communicatief. Op één dag sta je op de werf met een arbeider, zit je aan tafel met een burgemeester en overleg je even later met een advocaat. ”

Wat vind je het allerleukste / uitdagende aan die baan?

“Dat geen enkele dag hetzelfde is. Dat maakt het boeiend, maar soms ook erg pittig. Persoonlijk hou ik vooral van het sociale aspect: je werkt met mensen die allemaal hun eigen dromen, verwachtingen, beperkingen en – soms ook – verborgen agenda’s hebben. Samen moet je tot iets moois komen. Dat vraagt voortdurende dialoog, compromis en evenwicht, zonder je eigen uitgangspunten zomaar los te laten.”

De sleutel voor succes ligt volgens mij bij…

“blijven verwonderd zijn én jezelf in vraag blijven stellen. Ik ben nog steeds blij als een kind wanneer iets lukt, zelfs bij een klein detail. Tegelijk kijk ik kritisch terug: wat kon anders en beter? Wat ik tien jaar geleden maakte, zou ik vandaag soms anders aanpakken. Dat is niet erg. Het betekent dat je blijft groeien.”

Mocht je iets willen/kunnen terugdoen of teruggeven aan je alma mater: wat zou dit zijn?

“Mijn passie voor erfgoedarchitectuur doorgeven aan jonge mensen. Tonen dat erfgoed niet iets stoffigs of verouderd is, maar net heel actueel en boeiend. Studenten mogen me altijd bellen voor plannen, informatie of advies. Ook voor een gastcollege maak ik graag tijd. Zelf heb ik het grote geluk gehad dat er op beslissende momenten mensen waren die me iets lieten zien, een deur openden of me een richting wezen. Als ik dat voor iemand anders kan betekenen, heel graag.”

Heb je ook een interessant verhaal?

Contacteer ons dan

Functie

Alumni office